NAAR PAGINA: 1 2 3 4 5 6 7 89 101112

PASTICHES

Ellery Queen beschreef het verschil tussen een pastiche en een
parodie ooit als volgt: 'Een pastiche is een ernstige en oprechte imitiatie precies zoals de originele auteur dan zou hebben gedaan. Maar schrijvers van parodieën, die grappige of satirische uitwijdingen maken, hebben niet zulke hoogwaardige scrupules. Meestal streven ze de meest vreemde vervorming na en zo zagen vele ingenieuze 'travesties' het daglicht.' In 1944 gaf Ellery Queen een bloemlezing uit met Holmesiaanse pastiches en parodieën genaamd "The Misadventures of Sherlock Holmes". Hij maakte gebruik van "deze vorm van vleierij" om eer te betonen aan de beroemdste figuur in detective fictie. Het is passend te noemen dat precies ook deze vorm van eerbetoon Ellery Queen te beurt viel.
De eerste aanzet hiertoe werd blijkbaar door Queen zelf gemaakt.. In 'The Devil to Pay'  doet hij zich voor als Hilary "Scoop" King,  een krantenreporter en in het zelfde jaar (1938) verzorgde Queen, de uitgever een bloemlezing onder de titel "Challenge to the Reader" waarin de identiteit van 24 beroemde speurders werd verborgen in de verhalen waar ze in voorkwamen. "The Adventure of the Hanging Acrobat" werd herbemeubeld met Hilary King, detective. We moeten echter toegeven dat het eenvoudig weg vervangen van de naam van het hoofdpersonage in een verhaal niet kan voldoen aan de definitie van een echte pastiche.
  Tijdens het opsommen van de verhalen moeten we echter voor ogen blijven houden dat ons 'onderwerp' niet alleen detective is maar ook schrijver, uitgever en een tijdschrift. Maar we beginnen bij de detective...

In The Final Problem (1946) door Bliss Austin, een zgn.
'Baker Street Irregular', is één van de hoofdfiguren Christopher Morley. Dit verhaal maakt gebruik van Sherlock Holmes materiaal om EQMM's eerste Detective kortverhaalwedstrijd te parodiëren. De jury dat jaar bestond uit Morley, Howard Haycraft en Ellery Queen, en Austin speelt hen hier uit als de detectives in het verhaal. Zelfs Richard maakt zijn opwachting! Het is een uiterst genietbaar klein detective verhaal, met veel humor and een uitstekende parodie van zowel de kortverhalen van Holmes als die van Ellery Queen.
(Mike Grost)
In februari 1947 gaf EQMM opnieuw een verhaal uit van Maurice Richardson genaamd "The Last Detective Story in the World". Dit verhaal vertelt de gebeurtenissen rond de laatste grote krachtmeting tussen Holmes and  Professor Moriarty. Beide doen een beroep op respectievelijk de grootste speurders en criminelen. Ellery Queen verschijnt net lang genoeg in Holmes' team, om een beet te krijgen van Nero Wolfe's vleesetende orchidé.
Nog zo Holmesiaanse pastiche wordt ons gebracht door Viola Brothers Shore
(EQMM, november 1948) en draagt de naam  'A Case of Facsimile' Het omvat het oplossen van een misdaad door Shirley Holmes in de Edgar Allan Poe School met behulp van Samantha Spade, Regina Fortune, Nerissa Wolfe en Elsie Queen!
Gedurende de overgangsperiode in de late jaren 40 - vroege vijftiger jaren werden weinig pastiches gepubliceerd behalve die rond de figuur vanHolmes. EQ verschijning bleef dan ook beperkt tot in wezen zaken die te catalogeren vallen onder Sherlockiana of Watsoniana. Een voorbeeld hiervan is zeker "International Investigators, Inc."
(EQMM, februari 1952) Waarin E.G. Ashton schrijft over een organisatie van grote fictionele detectives die bijéénkomen om te discussiëren over diverse zaken maar in hoofdzaak Holmes. Ellery is er ook en wordt omschreven als een 'stille jonge Amerikaan wiens pince-nez zijn licht zilveren ogen beschermde". Een andere deelnemer geeft zelfs aan dat Queen "verstandiger gekleed liep dan de meeste Amerikanen, zijn manieren uitnemend waren en zijn Duesenberg goed." Zoals Lord Peter aangeeft, "moet een Lord altijd overklast worden door een Queen."
Nog een bijéénkomst van het Eerste Internationale Congres voor Fictionele Speurneuzen in W.Heidenfeld's "The Unpleasantness at the Stooges' Club"
(EQMM, februari 1953) waardoor de respectievelijke "Watsons" er alleen voor staan wanneer misdaad toeslaat. Je hoort er Nikki Porter uitroepen: "Oh, was Ellery maar hier!"
R.G.G.Price's "Tec's Twilight" (EQMM, september 1953 origineel uitgegeven in 1951) omvat de memoires van een ouderwordende speurneus die alleen werkt, omdat hij van mening is dat die rivalen vele cliënteel hebben verloren omdat deze hen associëren met de personen waarmee ze omgaan. Deze Engelse' Tec geeft toe dat hij veel opgestoken heeft over atmosfeer van Amerikanen als Philo Vance en Ellery Queen, doe "urenlang in een kamer van de moord gaan staan om alleen maar de atmosfeer op te snuiven."
Ellery was ooit zelfs geparodiëerd als een penguin samen met een aantal andere "penguin"-detectives. Hiervoor moet je Stuart Palmer's artikel "Some of my Best Friends (are Penguins)"
(EQMM, juni 1950) lezen waarin hij het over de penguins heeft en er ook zijn collectie beeldjes en tekeningen vertoond. EQ wordt weergegeven "zijn hoofdbrekend over de uitgaves balancerend op de slappe koord der logica".
Opnieuw maakt hij zijn opwachting in hoog gezelschap in "Murder in Pastiche Or Nine Detectives All at Sea"
van Marion Mainwaring (1954) Mallory King ontmoet er een aantal nauwelijks vermomde detectives die een moord moeten ontrafelen: Atlas Poireau (Hercule Poirot), Trajan Beare (Nero Wolfe), Spike Bludgeon (Mike Hammer), Sir John Nappleby (Sir John Appleby), Jerry Pason (Perry Mason), Lord Simon Quinsey (Lord Peter Wimsey), Miss Fan Sliver (Maud Silver) Broderick Tournier (Roderick Alleyn). 
Thomas Narcejac schreef een boek met pastiches rond de grote detectives genaamd'Usurpation d'identite' het werd uitgegeven in Franrijk in 1959. Het werd nooit vertaald.

Als EQ al werd opgevoerd als bijrol in pastiches vanaf de jaren 60 was dit zeker niet meer het geval. In het amusante "The English Village Mystery" van Arthur Porges (EQMM, december 1964) vinden we Mr.Celery Green terug die een misdaad te lijf gaat in Tottering-on-the-Brink, Engeland. Hij is er nog steeds wanneer in het nabije Fretful Porcupine hij zijn volgende en laatste verschijning maakt. In deze "The Indian Diamond Mystery" (EQMM, June 1965) wordt hij omschreven als "onbeschaamd, aanstellerig, soms oneerbiedig en soms overhaast". Het zijn ook de eerste, maar zeker niet de laatste pastiches die Queen's vroege methode van naamgeving gebruikten.
Eve Titus is de auteur van een twintigtal kinderboeken, waaronder deze over "Basil of Baker Street". Eén van die verhalen werd zelf verfilmd door de Disney studios. Zowel in "Basil & The Lost Colony" ( 1964) als  "Basil & The Pygmy Cats" ( 1971) krijgen we verschillende maal te maken met de figuur Tillary Quinn.  
Norma Schier schreef verscheidene imitaties van beroemde detective verhalen, daarin maakte ze gebruik van anagrammen voor de namen van speurders en auteurs. Zo liet ze Leyne Requel schitteren in "Dying Message" (EQMM, juli 1966) een mooi voorbeeld van een titel gambit waarin zo ongeveer iedereen en alles dat te maken heeft met EQ tot anagrammen wordt herleid.  Deze verhalen werden gebundeld in "The Anagram Detectives" (Otto Prenzler Mysterious Press, 1979)
"Elroy Quinn' Last Case"
(EQMM, juli 1967) is een is doordringende pastiche geschreven door Dennis M.Dubin en beschrijft een oude en zeer onzekere EQ die wordt aangesproken door Inspecteur Velie, Jr om hulp te bieden bij het oplossen van een misdaad die een bedreiging vormt voor de wereldvrede. Al zijn de aanwijzingen voorspelbaar toch blijft het voor de lezer van het Queen canon een waar plezier.

En dan nu een intermezzo van een geheel andere orde. Queen deed een gastoptreden, maar dan wel in een persiflage, in een knotsgekke strip genaamd "New Inferior 5" (Nr.7 maart-april 1968) waarin de vijf 'helden' in contact komen met "Allergy Queen" een speurder in dienst van een criminele mastermind. Uiteindelijk wordt Queen net voor zijn grote onthulling letterlijk herleid tot stof...

Jon L. Breen beste verhalen zijn liefdevolle imitaties naar Van Dine of Ellery Queen. Breen is verbazingwekkend goed in het heropwekken van de sfeer bij deze auteurs - alhoewel het eigenlijk meer een parodie te noemen is roept  "The Lithuanian Eraser Mystery" (EQMM maart 1969 and EQ's Eyes of Mystery, 1971)  alle emoties op die men kreeg bij het lezen van de verhalen waarop dit werd gebaseerd. Gedurende het theaterseizoen 1968 keert E.Larry Cune terug naar het Grieks Theater in New York, de scene van één van zijn voorgaande triomfen waarin hij de moord oploste op de asthmatische Mr.Anagopolous -- een zaak gekend als "The Greek Coughin' Mystery" E.Larry's companion is Nora Redcap, en we worden ook voorgesteld aan Inspecteur Cune en Sergeant Healey. 
Breen deed dit met veel humor nog eens over "C.I.A. Cune's Investigatory Archives. PLAGARISM DEPARTEMENT: The Idea Man" (The Queen Canon Bibliophile N°2 1968) alsook tweemaal voor EQMM "The Swedish Boot Mystery"(EQMM november 1973) en "The Adventure of the Desorientated Detective" (EQMM september 1976) allen variaties op een 'dying message'.
In "The Cataloging on the Wall" door David Peel (Wilson Library Bulletin, Apr 1971) zat een Uitdaging aan de Lezer en we zagen bibliothecaris 'Quellery Een' een vervangster zoeken voor zijn overleden catalogiste Slinki Porter.

In 1971 schreef Kyotaro Nishimura 'Misuteri ressha ga kieta' (The Mystery Train Disappears). Nishimura werd in 1930 in Tokio geboren en behoort tot de tweede generatie van Japanese detective schrijvers. Samen met Matsumoto Seichô en Akagawa Jiro is hij in zijn land één van de meest populaire schrijvers.
Wat zou er gebeuren indien
Maigret, Ellery Queen en Hercule Poirot elkaar in Tokio ontmoeten? Hun rijke gastheer schijnt het te weten. Enkel voor zijn eigen plezier om zijn favoriete detectives aan het werk te zien. Er is ook een oudere Japanese detective aanwezig Kogoro Akechi, de held uit de boeken van Edogawa Ranpo.
Het verhaal laat de technieken van de verschillende meesterdetectives botsen met de Japanese cultuur. Twee jaar voor de ontmoeting werd in Tokio een spectaculaire diefstal gepleegd. 300 million yen werd op onverklaarbare wijze gestolen en van de daders geen spoor. Door de weinig sporen te volgen en gebruik te maken van een beschrijving van het profiel van de dief, besluit M Sato, een oudere miljonair om de hele diefstal onder de neus van zijn gasten opnieuw uit te voeren. Dus hij zoekt op basis van het psychologisch profiel een proefkonijn om 300 miljoen yen van zijn eigen centenDe Braziliaanse versie 'O Grande Desafio'.Zo is er een Franse versie verkrijgbaar als 'Les grands détectives n'ont pas froid aux yeux' te laten stelen. Het doel? Op het spoor komen van de eerste dader op basis van de feiten en de daden van zijn aangestelde dief. De vaststellingen van de vier detectives leiden uiteindelijk tot een zeer verrassende ontknoping. Het verhaal is niet overal, in alle talen, verkrijgbaar. Zo is er een Franse versie verkrijgbaar als 'Les grands détectives n'ont pas froid aux yeux' alsook een Braziliaanse versie 'O Grande Desafio'.

(continued here...)

 

NAAR PAGINA: 1 2 3 4 5 6 7 89 101112

 


 
Inleiding | Plattegrond | Q.B.I. | Liist Verdachten | Wie?  | Q.E.D. | Moord en scene | Nieuw | Auteursrecht
Copyright
© MCMXCIX-MMVIII   Ellery Queen, een website rond deductie. Alle rechten voorbehouden.