e
pocketrevolutie, want zo mag je het wel noemen, begon in 1951,
toen Het Spectrum met een herdruk van Erik of het klein
insectenboek van Godfried Bomans de Prisma-reeks opende. Prisma's ('het
laagst geprijsd, het hoogst geprezen') werden al spoedig een begrip op de
Nederlandstalige boekenmarkt, zozeer zelfs dat een 'prisma' synoniem werd
van een 'pocketboek'. In 1953 waren al ruim 600.000 delen uit de gestaag
uitdijende serie verkocht. Prisma bestaat nog steeds, maar toch is deze
reeks niet de oudste in het huidige aanbod. Al voor de Tweede Wereldoorlog
werden pocketseries uitgegeven, naast de ABC-romans ('de tijd vergeet je,
met een ABC-tje') startte toen de Salamanderreeks die nog altijd loopt. Al
na een jaar moest de uitgever concluderen dat Nederland nog niet rijp was
voor de pocket. Pas in 1958 werd de Salamanderreeks een echte pocketreeks
(naar Van Lisa Kuitert, NRC Handelsblad, Boeken,
4 juli 1997)
Reeds
in 1957 sprak men van Prisma-Detectives en toch verschenen tussen
1957 en 1963 de
eerste Ellery Queen boeken onder de 'gewone' Prisma noemer.
   
   
  
De Queen-boeken
werden de trekkers van de aparte serie Prisma Detectives die in 1964 werd
opgezet. Die reeks werd via verse covers verschillende keren nieuw leven
ingeblazen. De eerste reeks
is een zwartwit-reeks waar de kaftruggen voorzien waren van de zeer
distinctieve colt op de dag van vandaag in veel bibliotheken nog steeds
gebruikt als icoon voor detectives/thrillers. Herdrukken kregen soms een
nieuwe kaft maar behielden het rugnummer...
    
    
    
   
   
    |