
In de vrolijke maand mei maakte Ellery Queen een trektocht naar Gettysburg om er een jaarlijkse viering - en moord bij te wonen. In februari vond de ingenieuze Ellery zich terug in een furieus gevecht van kennis en kunde met een dood president. Slechts twee van de 12 afspraken met misdaad die deel uitmaken van Queen verbazingwekkende kalender der misdaad. Elke elegante vraagstelling boort de verrassende en opwindende elementen aan die van Queen de superlatief van de Amerikaanse detective fictie hebben gemaakt.
Alle titels beginnen met "Het avontuur van..." en werden
eerder gepubliceerd in Ellery Queen's
Mystery Magazine alvorens hier als deze compilatie te worden
uitgegeven. Gedurende de jaren 40 schreef EQ een groot aantal luisterspelen. Vele hiervan werden later in proza omgezet en verzameld in Calendar of Crime. Onder de beste van deze werken zijn het luisterspel "The Man Who Could Double the Size of Diamonds" (1943) en het 'Calendar-verhaal "The Dauphin's Doll" (1946). Deze werken gaan beide over schijnbaar onmogelijke juwelendiefstallen en hebben een 'familiale' gelijkenis. Alhoewel ze zich niet specialiseerden in de onmogelijke misdaad schreven vele leden van de Van Dine strekking occasioneel dergelijke verhalen, niet in zijn minst Van Dine zelf.Vele van EQ's eerdere verhalen hadden een wat uitgewijde half-historische achtergrond gebaseerd op een familieverhaal of vroegere misdaad. In "The President's Half Disme" (1946), neemt EQ een duik in de fictie rond en met een aantal bestaande historische figuren, een raadsel oplossend waarin George Washington betrokken is. "The Three R's" (1946) vermeldt Anthony Abbot, G.K. Chesterton, Doyle, Poe en Israel Zangwill. Het is ook EQ's versie van een R. Austin Freeman stijl. Zoals verscheidene andere verhalen in Calendar of Crime, bevat het elementen die de standaard aanpak van vele mysteries parodiëren. Zoals "The Inner Circle" (1947) en "The African Traveller" (1934), is het in een universitaire omgeving gesitueerd, iets wat in EQ's werken altijd aanleiding geeft tot gesofisticeerde kunde en satire. "The Inner Circle" in het bijzonder is zeer bevredigend als verhalend werk. "The Medical Finger" (1951) verwijst naar Frederick Irving Anderson's The Notorious Sophie Lang. Het is een van de laatste en minste van EQ's minimalistische vergiftigingsverhalen en bevat dezelfde soort perverse persoonlijke relaties als "The Bleeding Portrait" (1937). Het piratenverhaal "The Needle's Eye" (1951) speelt zich af op een eiland net als "Portrait", maar lijkt verder, zeker door zijn gedetailleerde manier van aangenaam verhalen, meer op "The Treasure Hunt" (1935). "The Dead Cat" (1946) is een niet zo grandioos mysterie, maar bevat een intrigerende achtergrond van een misdaad die wordt gepleegd in het bijna donker, herinnerd aan "The House of Darkness" (1935) en "The Adventure of the Mouse's Blood" (1946). Het laatste verhaal is een luisterspel met een goed verhaal en een sportmilieu zoals die voorkwam in de Paula Paris verhalen van 1939. De verhaallijn roept herinneringen op aan Melville Davisson Post's "The Straw Man". In de luisterspelen en Calendar-verhalen verschijnt een nieuw figuur in de persoon van EQ's secretaresse en compagnon, Nikki Porter. Ze verschijnt maar hier en daar in een paar boeken, zoals in het excellente Met Rode Letters (1953), maar schijnt toch een belangrijk deel van de EQ saga. Deze "typische" Amerikaanse detective kortverhalen geven een vrij tekenend beeld van EQ als detective. Hij is hulpvol, behulpzaam, flexibel met een ondersteunend team bestaande uit Nikki, de Inspecteur, Sgt. Velie, enz. Hij is vrij open van geest, intelligent, onderzoeksgericht, onvermoeibaar in zijn zoektochten, inventief genoeg om met nieuwe ideeën te komen aandraven en deductief in zijn oplossingen. Het architype van de detective en Raymond Chandler worden weergaloos gesatiriseerd in de opening van "The Ides of Michael Magoon" (1947). |
|
Copyright © MCMXCIX-MMVII Ellery Queen, een website rond deductie. Alle rechten voorbehouden. |